best veel

zevenhonderdeenendertig is het getal
van opgetelde dagen
waarin ik dagelijks zonder klagen
mijn versjes op het beeldscherm knal

kan ik dat nóg een jaar dragen?
want wat is namelijk het geval
het pad waar voor ik sta is smal
en ligt bezaaid met vragen

kan inspiratie ook verdrogen?
heb ik niet alles al gehad?
mezelf herhalen zou dat mogen?

moet ik de kwaliteit verhogen?
en die ‘verplichting’, wil ik dat?
dus mensen steun mij in mijn pogen 

tussenstand

ik stond laatst aan de hemelpoort
om onverwachts eens aan te bellen
ik dacht dat Petrus toe zou snellen
als hij mijn schellen had gehoord

ik wilde God voorstellen
of ik in dit hemels oord
even met hem ongestoord
mijn evaluatie kon versnellen

te weten waar aan toe zijn
in de tijd die mij nog rest
dat lijkt mij toch wel heel erg fijn

zijn mijn kaders groot of klein
heb ik het oordeel al verpest?
maar God bleek weer niet thuis te zijn

jachtbuit

we jagen steeds maar op geluk
en voelen pijn als we weer missen
het mikken op dat doel alleen
is waar we ons als jagers in vergissen

geluk is een gevoel net als verdriet
of onbedaardlijk terugverlangen
je doet er beter aan vol te ervaren
welke buit je wél hebt mogen vangen

echt alles wat je aan gevoelens hebt
schuif dat niet opzij als rotgevoel
onderzoek ten volle wat het doet
je voelt vanzelf wat ik bedoel

geef me de liefde

geef me de liefde
die tussen de regels zit
niet de woorden 
die je zeggen kan
maar de gebaren eromheen

geef me de liefde
die niet uitgesproken wordt
maar uitgezonden
het samen voelen
in alleen

geef me de liefde
in de glimlach van de ogen
dat kleurtje op de wang
de zachte blik
bij ik ben bang

geef me de liefde
die geen klank behoeft
en die je enkel voelen kan
in de stilte 
tussen jij en ik