Grieplied

(Op de wijze van zilv’ren draden tussen t goud)

‘k Lig wat bleek tussen de dekens
‘k Staar verhit naar het plafond
’t Voelt alsof ik zo kan breken
`k Wou dat ik nog praten kon
Heel mijn lijf voelt als een vloertapijt
Uitgeleefd en vol met mijt
Waarom God toen u de mens schiep
Schiep U destijds ook de griep?

Kijk mijn schat brengt mij wat eten
Maar mijn maag ligt uit de kom
‘k Lig me uit de naad te zweten
Zodat ik haast mijn bed uit zwom
Heel mijn leven lijkt een diep ravijn
`k Voel me zielig ‘k voel me klein
Lieve God niet dat ik klaag hoor
Maar waar dient die griep toch voor?

‘k Hoest mijn longen haast naar buiten
’t Ademhalen valt me zwaar
‘k Voel het snot mijn neus uit spuiten
Straks plof ik nog uit elkaar
Al mijn levensvreugd is naar de maan
‘k Denk dat ik nooit meer op zal staan
God als griep alleen op aard heerst
Zou ‘k liever naar de hemel gaan


Nog een lied uit die oude doos. Ik weet niet precies meer wanneer ik het schreef. Maar het is alweer een tijdje geleden. Tijdens een griep denk ik. 🙂 

Zeemanslied

Jacobus wou zo graag naar zee
Pa die wou er niet van horen
Maar ondanks dat ging hij toch mee
Een zeeman was geboren
Hij schrobde hier, hij schrobde daar
Hij schrobde alle boorden
En midden op de oceaan
Dacht hij aan vaders woorden:

refr.
De wereld bezeilen
Dat wordt al gauw dweilen
Een briesje is snel een orkaan
Niet meer te temmen
Dan moet je gaan zwemmen
Wanneer er je schip zal vergaan
Maar een zeeman die stelt zich niet aan

Ja midden op de grote zee
Toen kwam pas de ellende
En wat of Jacob ook maar dee
Steeds groter werd de bende
De mast brak af, het schip liep vol
En zakte in de golven
Het zal een ieder duidelijk zijn
’t Werd zo voorgoed bedolven

refr.
De wereld bezeilen
Dat wordt al gauw dweilen
Een briesje is snel een orkaan
Niet meer te temmen
Dan moet je gaan zwemmen
Wanneer er je schip zal vergaan
Maar een zeeman die stelt zich niet aan

Na vele dagen aangespoeld
De hoop haast opgegeven
Een rumvat als een reddingsboei
Daardoor bleef hij in leven
want na een litertje of vijf
Voer hij wel veertien knopen
Maar bij de uitroep “Land in zicht”
Heeft hij zich dood gezopen

refr.
De wereld bezeilen
Dat wordt al gauw dweilen
Een briesje is snel een orkaan
Niet meer te temmen
Dan moet je gaan zwemmen
Wanneer er je schip zal vergaan
Maar een zeeman die stelt zich niet aan


(Dit lied vond ik ergens tussen de archieven. Ik schreef het in 1987 of zo. Tijdens een workshop ‘Zeemansliedjes schrijven’ op Ramschip ‘Buffel’ in Rotterdam. Als onderdeel van mijn MBO-opleiding tot activiteitenbegeleider (🙂.) We hebben hem ook nog op muziek gezet herinner ik me. En zowaar het refrein-melodietje meandert nog door mijn hoofd!)