gevoelig kerstfeest

ik ben met kerst in ’t bos gaan lopen
ik was alleen met mijn verdriet
ik hoopte hem daar kwijt te raken
maar dat lukte me dus niet

nou… ik ben ‘m even uit het oog verloren
maar toen liep eenzaamheid opeens bij mij
dat vond verdriet maar jaloersmakend
en kwam er dus weer heel snel bij

zo liepen wij plots met zijn drieën
ik probeerde stiekem te versnellen
misschien hielden ze mij niet bij
toen wanhoop ons kwam vergezellen

we zijn gevieren toen maar omgekeerd
en gezamenlijk naar mijn huis gegaan
en bijna bij mijn voordeur aangekomen
sloot frustratie zich nog bij ons aan

nou kom maar binnen zei ik vormelijk
men zocht een plekje aan mijn dis
vijf man, dat is best druk aan tafel
en ja hoor… daar kwam ergernis

ik ging dus maar wat eten maken
met wat ik in de koelkast had
op zoveel had ik niet gerekend
en daar stond boosheid op het pad

toen hij ook plaatsnam aan mijn tafel
zich tussen de anderen had geperst
kwam schaamte ook nog even binnen
vanwege een veel te drukke kerst

toen miserabel zich kwam melden
en de anderen zeiden schuif maar aan
heb ik de boel de boel gelaten
en ben heel vroeg naar bed gegaan

los

 ik zette kinderen op aarde
 ik bracht ze groot
 en liet ze los
 gaf ze als wapens mee
 wat normen en wat waarden
 voor in het grotemensenbos
 waar kansen wonen 
 en gevaren
 ik heb ze voorgeleefd
 hoe je de monsters temt
 door je niet blind op hen te staren 
 hoe je oog houdt
 voor de bloemen
 en hoe je aan de onrust went
 door steeds de liefde te benoemen
 
 daar gaan ze nu 
 ik kijk ze na
 ze zijn zo jong van jaren
 en ik besef hier dat ze al die lessen
 zelf aan den lijve gaan ervaren

flarden

zittend op een bankje in het bos
hoor ik om de zoveel tijd
flarden levens voorbijfietsen

‘toen heeft Joop dat huis dus maar gekocht’
‘mijn arm links is dan ook vele malen sterker’
‘ook dood, niet aan corona hoor, hartfalen’
‘had die hond nooit moeten nemen’
‘heeft jarenlang een kapperszaak gehad’
‘echt?! Dat méen je!?’
‘nee, jij moet je er gewoon niet mee bemoeien’
‘geen druppel meer, al achtenhalf jaar’
‘dit is verkeerd we moeten terug’

elk fietserspaar hun eigen flard
het totale leven
hangt van flarden aan elkaar