ergens

zo ’s avonds laat, gordijnen dicht
moet ik opeens weer aan je denken
je blonde haar, je fijn gezicht
dat glaasje wijn inschenken

ik mis je aan de tafel hier
je lach, de vrolijke gesprekken
het plankje kaas en het plezier
opeens besloot je te vertrekken

je echo houdt je stoel bezet
in de lucht staan je contouren
en ergens voelde ik zonet
een kus mij zacht beroeren

ontmoeting

ik heb de eenzaamheid ontmoet vandaag
hij zat daar op zijn kleine kamer
stil te zijn en voor zich uit te staren

ik zwaaide naar hem
hij wenkte mij en liet me binnen
spreken deed hij niet

zijn adem tikte als een trage klok
terwijl het tikken van de klok
klonk als zuchten van zijn adem

de tijd kroop doelloos langs de plinten
en op de vloer krioelden zijn gedachten
ik probeerde er een paar te vangen

ze voelden zwaar en roken zilt
ze leken ook wel op elkaar
ik heb de eenzaamheid gezien vandaag

en had met hem te doen