flarden

zittend op een bankje in het bos
hoor ik om de zoveel tijd
flarden levens voorbijfietsen

‘toen heeft Joop dat huis dus maar gekocht’
‘mijn arm links is dan ook vele malen sterker’
‘ook dood, niet aan corona hoor, hartfalen’
‘had die hond nooit moeten nemen’
‘heeft jarenlang een kapperszaak gehad’
‘echt?! Dat méen je!?’
‘nee, jij moet je er gewoon niet mee bemoeien’
‘geen druppel meer, al achtenhalf jaar’
‘dit is verkeerd we moeten terug’

elk fietserspaar hun eigen flard
het totale leven
hangt van flarden aan elkaar