naseizoen

en nu de zomer 
opnieuw haar jas uitdoet
en ik ‘m aan
knisperen de herfst en ik
hand in hand met onze voeten
door de bontgekleurde straten

zo peinzen we 
onder onze natbewaaide kruinen
over wat we graag behouden willen
maar toch los zullen gaan laten

ze sombert wat 
dat is haar aard
empathisch doe ik met haar mee
tot we bij het haardvuur zitten
de warmte voelen
voor elkaar
en van het kopje jägertee