geramd

ik zag een ram aan 't werk
en dacht heel even: bofkont
jij hebt een hele kudde
te bespringen

‘k zag ook die ooien om hen heen
ze leken allen op elkaar
mijn god, dacht ik
met wie dan te beginnen?

maar de ram
besprong doortastend
de een na d’ ander
hoefde hun harten niet te winnen

het is zijn werk
besefte ik, zijn baan,
zo haalt hij dagelijks
zijn kostje binnen

niks voor mij, ontdekte ik
mijn hart is warmer dan mijn zaad
het gaat mij toch meer om de liefde
ik ben meer van het minnen