tête-à-têtje

lekker liggen in mijn bedje
zonder jou dat is geen pretje
maar je ging en tja wat let je
jij wil ook eens een verzetje
en dit ingehuurd brunetje
vind ik maar een vreemd sujetje
ze ligt nu boos op het karpetje
want ik gaf haar net een zetje
toen ze riep “Ik ben jouw sletje”
nu beent ze weg (ze heet Babetje)
met een dramatisch pirouettje 
ik bid tot jou nu dit gebedje:
ik wil niet zonder je, maar met je
kom alsjeblieft terug naar mijn flatje

ergens

zo ’s avonds laat, gordijnen dicht
moet ik opeens weer aan je denken
je blonde haar, je fijn gezicht
dat glaasje wijn inschenken

ik mis je aan de tafel hier
je lach, de vrolijke gesprekken
het plankje kaas en het plezier
opeens besloot je te vertrekken

je echo houdt je stoel bezet
in de lucht staan je contouren
en ergens voelde ik zonet
een kus mij zacht beroeren

liedje

vandaag bezocht ik oude doden
hun stenen vuil verzakt en grijs
ver in de vorige eeuw begraven
een Mies een Zus een Jet en Gijs

ook zij liepen ooit rond op aarde
hadden een pa een zus of kind
werden vervloekt, gemist, verguist
hebben gelogen, hebben gemind

ik heb een liedje daar gezongen
over t gemis dat zij er niet meer zijn
ik denk dat het ze kon bekoren
misschien ook niet maar ’t voelde fijn

belangrijk

ik denk dat ik belangrijk ben
maar wat verandert er nou werkelijk
als ik tot as verkruimeld
word meegenomen door de wind?

wat voeg ik aan de wereld toe als
ik denk dat ik belangrijk ben
zolang ik geen nieuw E=MC2 bewijs
of een vaccin ontwerp tegen de corona

de wereld stopt niet zonder mij
dus klopt het niet wanneer
ik denk dat ik belangrijk ben
hoelang zal men mij werkelijk missen

maar in het hier en nu voel ik je smelten
als ik mijn hand zacht op de jouwe leg
terwijl ik aandachtvol je tranen droog, dus
ik denk dat ik belangrijk ben

Gekozen versvorm:

Ik noem dat maar een ‘Opschuifvers‘ waarin ik één terugkerende regel steeds een plekje opschuif in het volgende refrijn. 🙂