voorbij

ik zat voor het raam
kijkend 
naar wat allemaal voorbij ging
verdriet ging voorbij
en pijn
geluk ging ook voorbij
en verlangen
(het was druk)
ook dat ging voorbij
evenals stress
en boosheid
hoop en tegenslag
zelfs de liefde ging voorbij
jij ging voorbij
maar je weifelde wel even

ik stond op
bracht mijn lege kopje
naar de keuken
en zette de deur op een kier