tweesprong

mijn ziel weifelt weer
op de tweesprong
bij de wegwijzer

het hout, verweerd,
wijst onbewogen
twee kanten aan

welke kant ook
ik straks nemen zal
't voelt altijd wel verkeerd

naar links naar Jou
loopt verder weg
bij Mij vandaan

het andere, naar Mij,
dat pad dat laat me
juist van Jou weggaan

de tussenweg
die ken ik niet
staat ook niet aangegeven

‘k heb het vaak al geprobeerd
kwam steeds weer bij die tweesprong uit
hij is er al mijn hele leven